Column Rob Kamphues - op bezoek bij 'Xenopus'

Op het kaartje staat iets in het Latijns. Iets tamelijk onuitspreekbaars, maar het eindigt in elk geval met de term ‘blondi’’. Ik ben weer eens totaal onvoorbereid op pad gestuurd voor Nederland te Koop. Ik kijk naar de cameraploeg en regisseur Roy Ferwerda. Ze doen een slechte poging een grijns te onderdrukken. De laatste keer dat ze zo keken stond er op het kaartje ‘bos touw te koop, niet voor beginners.’ Toen belandde ik nietsvermoedend bij een echtpaar dat in softe sm deed. Hij deed open met een pruik op die achterstevoren op zijn hoofd zat en zij keek me de hele tijd heel zo eng recht in de ogen dat ik het gevoel kreeg dat ze met het liefst direct vast wilde binden en iets met een brandende kaars wilde gaan doen.

Maar goed, dit is het nuchtere noorden van Nederland en daar doen ze dat soort dingen niet. Dacht ik. Ineens schiet het me te binnen wat het zou kunnen zijn. ‘Een vleesetende plant!’ roep ik triomfantelijk.
‘Het is een heel grote vleesetende plant en ik moet ‘m muizen voeren.’ Want ik weet dat als er iets goors of gevaarlijks gedaan moet worden, dat ik dan altijd de klos ben. Heren Bolt en Stasse, waar zijn jullie nou als ik jullie nodig heb? Roy knikt instemmend.
Dat is ’t dus niet. ‘Dan is het een vogelspin. Oh gedverdemme, daar heb ik echt geen zin in. Ik laat geen vogelspinnen over mijn hoofd lopen hoor, als jullie dat maar weten.’ De cameraploeg zwijgt. Dit is het dus. Ik ga naar iets met vogelspinnen.
Behoedzaam loop ik het tuinpad op van het doorsneehuisje in de doorsnee Nederlandse straat. Maar ik vertrouw het voor geen cent.

Naast de deur zijn de raampjes afgeplakt. Wat gebeurt daar wat het daglicht niet kan verdragen? Ik wil door een raampje naar binnen kijken, maar voor ik de kans krijg zwaait de deur open en duwt een gedaante in een raar groen-geel monsterpak een brandende toorts in mijn giechel. Hij spuwt vuur, snijdt met een hakbijl in zijn tong zodat het bloed op straat gulpt en probeert mij in zijn spel te betrekken. Wat een engnek zeg!
Eenmaal binnen krijg ik een heel verhaal voorgeschoteld. Dat hij zo geboren is, door het hele land optreedt met pythons en, ja hoor, vogelspinnen. En dat hij binnenkort zijn gezicht laat tatoeren in de kleuren van een hagedis. Ik ben bij een gevaarlijke gek beland, denk ik. Zo eentje van het type waar ze in Amerika shockdocs over maken.
Oh, wat jammer , denk ik ook meteen, heel gemeen, dat het voor Nederland te Koop is. Daar mag een item maar zes minuten duren en bij de Reunie zou ik zijn hele leven kunnen vastleggen. En direct daarna denk ik; wat ben ik blij dat ik over een paar uur hier alweer weg mag!

Xenopus, want zo heet het wezen, wil me graag zijn dieren laten zien.
Natuurlijk heeft hij een vogelspin over en natuurlijk moet die over mijn hoofd lopen. Ik heb het zelf nog niet terug gezien, maar als je wilt weten hoe iemand eruitziet die lijdzaam toekijkt, kijk dan naar de eerste aflevering van dit seizoen. Vogelspinnen, brrr. Nog erger wordt het als hij uit een kist in de hoek een python van zeven meter haalt. Als het dier een onverwachte beweging maakt deins ik geschrokken terug en stoot keihard mijn hoofd. Natuurlijk wil ik graag met de python op de foto. Maar waarom vraagt nooit eens iemand aan de python of hij daar wel zin in heeft? Overigens, Xenopus is heel goed voor zijn dieren. De kist is er alleen maar om hem rustig naar een optreden te vervoeren. De rest van de dag heeft hij een eigen kamer op de eerste verdieping. ‘Nee hoor, die hoef ik niet te zien.’ En nog eens overigens: pyhtons maken ook rare geluiden als ze in een kist liggen. Ze brommen.
En Xenopus is ook te boeken voor kinderfeestjes. En dat hij ook die act met het opeten van meelwormen. Dat is echt heel leuk voor kinderen. Want hij stopt ze met handen tegelijk in zijn mond zodat er ook heel veel op de grond vallen.

Nou weet ik in elk geval wat ik komende januari met de verjaardag van mijn jongste zoon moet doen. En meteen de volgende dag de schoonmaakster boeken.

lees het artikel